Van alle boeken in deze serie is dit misschien wel de meest toepasselijke: de autobiografie van Andrew Taylor Still uit 1897, de grondlegger van de osteopathie, in zijn eigen woorden. Geen buitenstaander die een vreemde praktijk beschrijft, maar de man zelf, terugkijkend op hoe zijn vak ontstond.

Een vader die zijn kinderen verloor
Het keerpunt in Stills leven had niets te maken met wetenschap of theorie. In het voorjaar van 1864, kort na de Amerikaanse Burgeroorlog, trof spinale meningitis zijn gezin. Still beschrijft hoe de dokters dag en nacht waakten en hun beste middelen inzetten, en hoe de predikant kwam bidden. Niets hielp. Hij verloor drie kinderen aan de ziekte, twee van zijn eigen kinderen en een geadopteerd kind.
Wat volgde was geen woede op de artsen, hij schrijft juist dat hij hun goede bedoelingen nooit in twijfel trok. Het was een fundamentelere vraag die hem bezighield: als geneeskunde grotendeels neerkwam op raden, welk middel, welke dosis, met welke afloop, kon dat dan werkelijk alles zijn wat er was? Vanaf dat moment ging hij op zoek naar iets wat volgens hem wél op vaste grond stond: de bouw en werking van het lichaam zelf.
Uitgelachen, jarenlang
Wat volgde waren jaren van systematisch anatomisch onderzoek, en van afwijzing. Still schrijft dat hij infidel, crank en gek genoemd werd. Kinderen meden hem op straat. Een predikant riep de gemeente op voor hem te bidden alsof hij bezeten was. Op 22 juni 1874 trok hij desondanks een streep: dat was, zoals hij het zelf noemt, de dag dat hij “de banner van de Osteopathie in de wind liet wapperen.” Pas jaren later, na aanhoudende praktijkervaring en zichtbare resultaten bij patiënten, sloeg de publieke opinie geleidelijk om.
In 1892 richtte hij de American School of Osteopathy op in Kirksville, Missouri. Opvallend voor die tijd: de school liet vanaf het begin mannen en vrouwen gelijk toe, en Still schrijft met nadruk hoe goed zijn vrouwelijke studenten presteerden, met name in de verloskunde.
Waar de theorie te ver ging
Stills eigen verklaring voor wat hij zag, ging veel verder dan het handmatig onderzoeken en behandelen van het lichaam. Hij stelde dat vrijwel alle ziekte, van koorts tot difterie tot reuma, geen zelfstandige aandoeningen waren maar louter gevolgen van verstoorde bloed- en zenuwstroom door verschuivingen in het bewegingsapparaat. Herstel die verschuivingen, was zijn redenering, en het lichaam geneest zichzelf, zonder medicijnen.
Dat is een aantrekkelijke gedachte, en een deel ervan houdt nog steeds stand: aandacht voor het bewegingsapparaat als onderdeel van iemands klachten is precies waar osteopathie vandaag nog waarde uit haalt. Maar het idee dat vrijwel elke ziekte, van koorts tot difterie, dezelfde onderliggende mechanische oorzaak had en dus met dezelfde aanpak te verhelpen was, is een claim die de moderne geneeskunde niet heeft bevestigd. Belangrijk om te beseffen: de geneeskunde van Stills tijd gaf hem makkelijk gelijk. Bloedzuigen, kwik en zware opium-preparaten waren in de negentiende eeuw eerder regel dan uitzondering, en patiënten die dat vermeden bij Still, knapten daardoor vaak zichtbaar sneller op. Dat zijn aanpak destijds beter uitpakte dan de gangbare praktijk, wil niet zeggen dat zijn volledige verklaring ervoor klopte.
Wat overeind blijft
Dat is meteen de kern van waar deze serie steeds weer op uitkomt. Still had voor een deel gelijk, en dat deel is precies waarom osteopathie vandaag nog bestaat: het lichaam als samenhangend geheel bekijken, en het bewegingsapparaat serieus nemen als onderdeel van iemands klachten. Maar resultaat bij een patiënt bewijst nog niet dat de volledige verklaring erachter klopt, iets dat je net zo goed terugziet bij een scheepsarts die scheurbuik toeschreef aan het verkeerde ritueel, of een oogarts die ontspanningsoefeningen verwarde met een geneesmiddel voor een structureel probleem. Het is precies dat onderscheid, tussen wat werkt en waarom het werkt, waar je als behandelaar continu scherp op moet blijven, ook binnen je eigen vakgebied.
Bron: A. T. Still, “Autobiography of Andrew T. Still, with a History of the Discovery and Development of the Science of Osteopathy”, uitgegeven door de auteur, Kirksville, Missouri, 1897. Digitale scan via Internet Archive.


