Osteopathie is aan het eind van de 19e eeuw in de Verenigde Staten ontstaan. De basisgedachte van de eerste osteopaten was: wat niet beweegt, wordt slecht gedraineerd.

Zij dachten dat ziekte kon ontstaan doordat botten (gewrichten) slecht bewegen. Die visie op het bewegen van de botten is niet verloren gegaan. Je vindt haar nog volop terug bij chiropractoren en manueel therapeuten.
Ook osteopaten zijn het hier nog steeds mee eens. Maar vandaag de dag gaan osteopaten ervan uit dat een aandoening kan ontstaan doordat weefsel in het algemeen slecht beweegt. Botten, maar ook banden, ophangsystemen, vliezen, omhullingen, bloedvaten, lymfebanen en zelfs organen.
Bovendien communiceren al deze systemen met elkaar. Een slechte doorstroming in de lymfebanen heeft gevolgen elders in het lichaam. Hetzelfde geldt voor de bloedvaten. Buikkrampen bij een baby kunnen bijvoorbeeld hun oorzaak hebben aan de basis van de schedel, waar een belangrijke zenuw langsloopt die de buikorganen verzorgt.





