Nog voor er iets bekend was over bacteriën, virussen of luchtvervuiling, schreef Hippocrates een traktaat met een simpele these: wil je iemands gezondheid begrijpen, kijk dan naar waar diegene woont. “On Airs, Waters, and Localities” is een van de weinige geschriften die vrijwel alle geleerden, ondanks eeuwenlange twijfel over de rest van het Hippocratische corpus, wél aan hem toeschrijven.

Wind, water en de ligging van een stad
Het traktaat begint praktisch: een arts die in een onbekende stad aankomt, moet eerst de ligging bestuderen. Welke kant is de stad blootgesteld aan de wind? Is het water afkomstig uit moerassen, uit bronnen op hoger gelegen grond, of uit regenwater? Ligt de stad op het oosten gericht, of op het noorden? Dat zijn volgens Hippocrates geen bijzaken, maar de eerste vragen die bepalen welke ziekten je er zult tegenkomen, en hoe de inwoners van karakter zijn.
Het boek werkt dit uit tot in detail: bepaalde waterbronnen worden in verband gebracht met nierstenen, bepaalde windrichtingen met luchtwegklachten, en de wisseling van de seizoenen met specifieke ziektepatronen. Ook het temperament en de gewoontes van bevolkingsgroepen worden verklaard vanuit klimaat en omgeving.
Waar het mis gaat
Niet alles houdt stand, en de negentiende-eeuwse bewerker van dit boek merkt dat zelf al scherp op. Zo bevat het traktaat een lange, kritisch besproken passage over onvruchtbaarheid bij Scythische edellieden, verklaard door paardrijden en toegeschreven aan een op fantasie gebaseerde ingreep bij de oren, een verklaring die de bewerker zelf al “absurd” noemt. Ook de aanname dat aardse waterbronnen gezonder zijn dan rotsbronnen, wordt door latere lezers als achterhaald bestempeld. Het boek illustreert daarmee twee dingen tegelijk: een scherpe eerste stap in het redeneren over gezondheid en omgeving, en de valkuilen die ontstaan zodra die redenering te ver wordt doorgetrokken zonder toetsing.
Bijna 2400 jaar later, met andere middelen
Het basisidee heeft de tand des tijds wel doorstaan, alleen niet meer als losse observatie maar als apart vakgebied. Epidemiologen brengen tegenwoordig systematisch in kaart hoe luchtkwaliteit, waterkwaliteit, groen in de buurt en klimaat de gezondheid van een bevolking beïnvloeden. Waar Hippocrates aankomende artsen adviseerde eerst de windrichting van een stad te bestuderen, kijkt de volksgezondheid van vandaag naar fijnstofconcentraties, blootstelling aan hitte, en de afstand tot groene ruimte. Zelfs op individueel niveau blijft de vraag relevant: waar je woont, wat je drinkt en welk klimaat je gewend bent, doen ertoe voor hoe je lichaam functioneert.
Het verschil zit hem niet in de vraag die gesteld wordt, die is opvallend hetzelfde gebleven. Het verschil zit in hoe je de antwoorden toetst: Hippocrates observeerde en redeneerde, wij meten en vergelijken. Precies dat onderscheid maakt het verschil tussen een intuïtie die toevallig standhoudt, en een intuïtie die dat niet doet.
Bron: J. R. Coxe, “The Writings of Hippocrates and Galen: Epitomised from the Original Latin Translations”, Lindsay and Blakiston, Philadelphia, 1846.





